Beelddenken stoelEen beelddenker is iemand die (zoals het woord al zegt) in beelden en gebeurtenissen denkt. Iedereen is bij geboorte een beelddenker. Rond het derde/vierde levensjaar komt het omslagpunt waarin taal gaat overheersen en kinderen in woorden en begrippen gaan denken en de wereld gaan beredeneren. Een klein groepje blijft voornamelijk in beelden denken. Bij hen blijft de rechter hersenhelft dominant. Een beelddenker ziet in één oogopslag het geheel. Alle informatie komt gelijktijdig binnen. Beelddenken is ruimtelijk denken. Daardoor overziet een beelddenker snel het geheel en kan hij vlot een oplossing bedenken. Het onder woorden brengen van die oplossing is alleen lastig.

Een beelddenker verwerkt informatie sneller (32 beelden per seconde) dan een taaldenker (2 woorden per seconde). Op school kan beelddenken problemen opleveren met taal, lezen en spelling. Dat komt doordat school talig en analytisch is ingesteld en een opbouwende lesstructuur heeft. Er wordt gewerkt vanuit de details naar het geheel: welke letter staat er? Is het een b of een d? Het gaat om volgorde: straat of staart. Om luisteren: welke klank hoor je? En op het automatiseren: leer het maar uit je hoofd.

Beelddenkers zijn daarentegen veel meer gebaat bij top-down leren, dus leren vanuit het geheel, want als het totaalplaatje eerst wordt aangeboden, dan beginnen ze al met de juiste beeldvorming. De problemen die een beelddenker kan krijgen in het talige onderwijs, zijn met goede begeleiding te verhelpen. Niet de lesstof is het probleem, maar de talige manier van leren en lesgeven.

Beelddenken is niet hetzelfde als dyslexie
Bij beelddenkende kinderen zie je vaak kenmerken van dyslexie, dyscalculie, ADHD, ADD en/of hoogbegaafdheid en hooggevoeligheid. Alhoewel de symptomen van dyslexie en beelddenken sterk op elkaar lijken, betekenen beide begrippen niet hetzelfde. Dyslexie is een neurologische stoornis. Beelddenken is een oorspronkelijk denkproces, waarbij het visuele leersysteem de voorkeur heeft. Een beelddenker kan dus wel kenmerken van dyslexie vertonen, maar er is een duidelijk verschil: de problemen bij dyslexie zijn blijvend.


Training ‘Ik leer anders’ voor beelddenkers
logo coach Ik leer anderswerkboek_Ikleeranders

De training ‘Ik leer anders’ gaat juist uit van de beelddenk-kwaliteiten en in 4 trainingen leert een kind informatie te vertalen naar zijn/haar visuele informatiesysteem. Informatie krijgt een vaste plek in het hoofd. Hiermee krijg je grip op het opslaan, verwerken en onthouden van de aangeboden leerstof en kun je bij toetsing de informatie makkelijk terug vinden in je geheugen. Je gebruikt dus letterlijk je talent van je rechter hersenhelft om je minder goed ontwikkelde linker hersenhelft aan te vullen.

Aan de hand van het werkboek gaan we aan de slag met de volgende leerproblemen:

  • Informatie op juiste manier ordenen, opslaan en onthouden.
  • Taal: het alfabet, woordbeelden opslaan, woordpakketten groep 3 t/m 8.
  • Lezen: lege woorden visueel opslaan, leesletters oefenen, lezen met de leespijl.
  • Cijfers: cijferveld, tafels en het automatiseren van sommen.
  • Klokkijken: analoog.

Als gecertificeerd coach ‘Ik leer anders’ leer ik beelddenkers dus hoe ze het beste gebruik kunnen maken van hun beeldende talent in een talige (school)omgeving. Je kunt extra trainingen volgen voor o.a. digitaal klokkijken, topografie, maken van werkstukken/spreekbeurten, breuken, vreemde talen etc.


Hoe weet je of je beelddenker bent?
Een beelddenker spelt een woord met gemak van voor naar achter en van achter naar voor. Dat lukt alleen als je het woord kan visualiseren. Vraag dus eens of iemand een woord kan visualiseren en van voor naar achteren en van achter naar voren kan spellen. Als dit lukt ben je een beelddenker!

Als je meer dan 10 van de onderstaande vragen met ‘ja’ hebt beantwoord, heb je waarschijnlijk te maken met een beelddenker:
(Deze lijst benadrukt de drukke kant van beelddenkers. Er zijn ook veel beelddenkende kinderen die juist rustig zijn).

  1. Kan goed puzzelen?
  2. Houdt veel van de TV en/of spelcomputer?
  3. Speelt graag met constructiespeelgoed (Lego e.d.)
  4. Heeft een levendige verbeelding en kan daardoor op gaan in zijn/haar fantasiewereld?
  5. Wordt gemakkelijk afgeleid?
  6. Moet je instructies vaak herhalen voordat taken worden uitgevoerd?
  7. Heeft het kind laat leren lopen of juist heel vroeg zonder te kruipen?
  8. Wiebelt hij/zij veel?
  9. Eerst doen en dan pas denken?
  10. Overweldigend aanwezig op verjaardagen en in pretparken? (Na eerst de kat uit de boom te hebben gekeken)
  11. Denkt erg zwart-wit?
  12. Is erg perfectionistisch, faalt niet graag (gevoelig voor kritiek)?
  13. Wint graag en is een slechte verliezer?
  14. Herinnert gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?
  15. Heeft problemen met het vasthouden van een pen, slecht handschrift?
  16. Heeft een allergie, last van astma of veel oorontstekingen (gehad)?
  17. Heeft een goed gevoel voor humor (creatieve woordspelingen)?
  18. Moeten de etiketten uit kleding geknipt worden? Draagt graag zachte stoffen en heeft bijvoorbeeld een hekel aan harde knoopjes?
  19. Heeft moeite met tijd en tijdsbepaling?
  20. Laat wisselende schoolresultaten zien?

Bronnen:
www.ikleeranders.nl
www.stichtingbeelddenken.nl